Laat de uitloper eerst wortelen
Een aardbeiplant kan lange uitlopers maken met jonge plantjes eraan. Zet zo’n plantje op een klein potje met geschikt groeimedium, terwijl het nog aan de moederplant vastzit. Houd het op zijn plek en laat het eigen wortels vormen. Knip de verbinding niet meteen door omdat er al een paar blaadjes zichtbaar zijn.
Kies gezond materiaal van een plant die je wilt behouden. Schrijf de rasnaam op als je die kent. Zo voorkom je dat verschillende aardbeien door elkaar raken en je volgend seizoen niet meer weet welke planten op welke plek staan.
Zo beoordeel je het uitplantmoment
Kijk of het plantje een samenhangend geworteld kluitje heeft. Maak het voorzichtig los van de moederplant wanneer het zelfstandig kan doorgroeien. Kies een werkbare dag en een voorbereide plek. Bij aanhoudende hitte of uitgedroogde grond vraagt de nazorg extra aandacht.
Zet de plant met het hart op de juiste hoogte: begraaf het groeipunt niet. Geef na het planten water en controleer in de volgende periode de kluit. Alleen een nat oppervlak naast de plant vertelt niet of het kleine wortelkluitje voldoende vocht krijgt.
Een overzichtelijke nieuwe rij
Zet potjes eerst los neer volgens de plantafstand die bij jouw ras en teeltwijze past. Houd ruimte om te plukken zonder op de grond rond de planten te moeten stappen. Een korte rij die je gemakkelijk verzorgt, is praktischer dan overal losse uitlopers laten aanslaan.
En als het later is?
Plant niet blind op basis van de kalender. Een zwak geworteld plantje in ongunstige omstandigheden heeft weinig aan haast. Vraag bij later gekocht materiaal naar het type plant en het bijbehorende plantadvies: gekoelde planten en gewone verse uitlopers zijn niet zonder meer dezelfde uitgangssituatie.
Wil je ook een ander eetbaar gewas opkweken, bekijk dan wanneer je begint met zoete aardappel.