Maak een kleine proefopstelling
Leg een schoon mes of scherpe snoeischaar, kleine potten met afvoergaten, stekmedium en etiketten klaar. Neem enkele gezonde scheuten van de moederplant. Kies materiaal dat niet vol bloemen of vruchten zit. Bereid de potten eerst voor, zodat de afgesneden scheuten niet onnodig liggen uit te drogen.
Verwijder het blad aan het onderste gedeelte dat in het medium komt. Maak een gaatje, plaats de stek en druk voorzichtig aan. Houd het medium licht vochtig. Een kweekkap kan vochtverlies beperken; zet zo’n afgesloten bak niet in de brandende zon en controleer regelmatig wat er onder de kap gebeurt.
De plek is belangrijker dan een beloofd aantal weken
Voor beworteling heb je een beschutte, lichte opstelling nodig. Geef geen vaste einddatum aan het experiment: niet alle stekken wortelen even snel en sommige zullen uitvallen. Trek niet iedere paar dagen aan de takjes. Noteer liever wanneer je hebt gestekt en maak van buitenaf een foto van veranderingen.
Bij een eerste poging zijn enkele kleine potjes overzichtelijker dan één grote bak vol takken. Houd een potje dat zacht of beschimmeld materiaal bevat apart en verwijder aangetast materiaal. Meer water is geen automatische oplossing voor slap blad.
Van stek naar jonge boom
Verpot pas wanneer er werkelijk voldoende wortels zijn. Laat een bewortelde stek geleidelijk wennen aan minder afdekking, zodat de overgang niet in één keer komt. Een jonge plant vraagt nog beschutting; behandel hem niet meteen alsof hij dezelfde weerstand heeft als een gevestigde boom.
Kan het met een pit?
Zaaien en stekken zijn verschillende projecten. Wie eigenschappen van een bepaalde moederplant wil behouden, kiest doorgaans een vegetatieve methode. Verwacht van een zelf opgekweekte plant in elk geval geen snelle, gegarandeerde olijvenoogst. Begin voor het plezier van het opkweken.
Bekijk voor de voorbereiding van potjes en materiaal ook het stappenplan voor een eerste stekproef.